Van Dale LidwoordenLidwoorden

Lidwoord voor proviand

1

het/de proviand o+m

aanwijzend voornaamwoord
dit proviand, dat proviand

dichtbij dit proviand

verder weg dat proviand

betrekkelijk voornaamwoord
het proviand dat
bezittelijk voornaamwoord
mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, jullie, hun proviand
onbepaald voornaamwoord
elk proviand
buigings-e
het grote proviand, een groot proviand

aanwijzend voornaamwoord
deze proviand, die proviand

dichtbij deze proviand

verder weg die proviand

betrekkelijk voornaamwoord
de proviand die
bezittelijk voornaamwoord
mijn, jouw, uw, zijn, haar, onze, jullie, hun proviand
onbepaald voornaamwoord
elke proviand
buigings-e
de grote proviand, een grote proviand